Telefoonnummer

0613599441

Email

linda.otter@live.nl

Bereikbaar

Ma-vr: 08:30 - 17:00

Op 5 maart hebben we samen met de PvdA schriftelijke vragen gesteld over de noodgeld voor culturele sector.

 

Aan de voorzitter van de raad,

De maatregelen van het Nederlandse kabinet tegen de verspreiding van het coronavirus hebben grote financiële gevolgen voor de culturele en creatieve sector. Om de ‘corona’ pijn te verlichten heeft het ministerie van OCW geld overgemaakt naar de gemeenten om deze sectoren te ondersteunen. Het geld is jammer genoeg niet geoormerkt, maar wel bedoeld voor kunst en cultuur. Via de diverse media vernemen wij dat sommige gemeenten het noodgeld, die voor coronacompensatie en ondersteuning van de culturele sector is bedoeld, gebruiken voor andere zaken dan waarvoor het bedoeld is. De landelijke brancheorganisatie Cultuurconnectie luidde hierover vorige week de noodklok in de krant ‘Tubantia’, ondersteund door onderzoeksresultaten van adviesbureau Berenschot. Berenschot trekt de conclusie uit meerdere eigen onderzoeken voor diverse overheden over de behoefte aan en besteding van noodsteun aan de cultuursector, en uit inventarisaties voor
onder meer de Taskforce Culturele en Creatieve Sector. Uit rondvraag die de bovengenoemde organisaties hebben gemaakt bleek dat er vooral in de kleinere tot middelgrote gemeenten veel onduidelijk is over de besteding van dit geld. Omdat Partij van de Arbeid en 50PLUS benieuwd zijn of het bovenstaande ook in de gemeente

Hardenberg speelt hebben wij de volgende vragen:
1. Is het college ook van mening dat het ‘niet geoormerkte’ geld is bedoeld voor het ondersteunen
van de culturele en creatieve sector? Zo nee, waarom niet?
2. Is er een plan om de culturele – en creatieve sector van gemeente Hardenberg te ondersteunen?
3. Hoeveel geld heeft gemeente Hardenberg van het rijk en/of provincie Overijssel ontvangen om
onze culturele – en creatieve sector te ondersteunen?
4. Hoeveel procent van dit bedrag is reeds aan de culturele – en creatieve sector besteed?
Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt
aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd. De vragen worden – via de griffier – bij de voorzitter van de raad
ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college worden
gebracht (artikel 40 RvO, lid 1 en 2). Beantwoording vindt normaal gesproken binnen drie weken plaats.
5. Worden alle culturele en creatieve organisaties ‘pro actief’ door de gemeente Hardenberg
benaderd om gebruik te maken van de regelingen?
6. Welke culturele en creatieve organisaties worden tot culturele organisatie gerekend?
7. Vallen commerciële organisaties uit de vrije sector hier ook onder?
8. Welke culturele en creatieve organisaties worden wel/niet financieel ondersteund door de
gemeente Hardenberg?

Namens,
PvdA                                                                             50PLUS
Arsanio Wiet                                                               Linda Verschuur-Otter

 

Foto door Anna Shvets via Pexels

Aanbevolen artikelen

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *